Groepsverkrachting door Antilliaanse jongens wordt veroorzaakt door de hiphop- en R&B-cultuur,

seksuele intimidatie door Marokkaanse jongens in zwembaden wordt veroorzaakt door de islam.

(Ceylan Pektas-Weber, uit: Moslima's, Emanciapatie achter de dijken, 2006)

 

De mythe van de crimineel

Ik luister graag naar de TROS Nieuwsshow op zaterdagochtend. Een verademing, omdat het programma probeert de waan van de dag te mijden, en kritische kanttekeningen zet bij de meningen die in de week voorafgaand aan de uitzendingen de ether in zijn geslingerd. Kortom een programma dat niet meehuilt met de wolven.

Behalve als het gaat om Marokkaanse jongens. Dan lijken bij Peter de Bie, een van de presentatoren, alle stoppen door te slaan. Hij geeft geregeld zijn mening dat alle Marokkaanse jongens niet deugen. Hij heeft het dan niet over lastige en criminele Marokkaanse jongens, nee ook keurig geëmancipeerde en geïntegreerde jongens moeten het bij hem ontgelden.

Vaak gaat deze redenering verder. Marokkaanse jongens deugen niet, dan zullen alle Marokkanen wel niet deugen en dat zal dan wel aan de islam of Marokkaanse cultuur liggen. Het is een manier van praten die mede dankzij Hirsi Ali salonfähig is geworden.

Salonfähig of niet, gebezigd door diverse opiniemakers en journalisten of niet, het is en blijft borrelpraat, borrelpraat die thuishoort aan de borreltafel en niet in een programma op radio of televisie, of in de kolommen van kranten of tijdschriften, of in de Tweede Kamer.

Onthutsende cijfers

Waar hebben we het nu over? Een onderzoek van het wetenschappelijk bureau van het ministerie van Justitie uit 2005 biedt uitkomst. Hieruit blijkt dat in 2002 bijna 18% van de Marokkaanse jongens tussen 18 en 24 jaar als verdachte bekend is bij de politie. Voor de groep tussen 12 en 17 is dit percentage 11%. Dit zijn schrikbarend hoge percentages, daar is geen ontkennen aan. Aan de andere kant: ruim 80% van Marokkaanse jongens tussen 18 en 24 en bijna 90% van Marokkaanse jongens tussen 12 en 17 is niet als verdachte bekend bij de politie.

Als we kijken naar de hele Marokkaanse gemeenschap dan blijkt 3,3% daarvan als verdachte bekend bij de politie. In absolute cijfers zijn dat ruim 10.000 Marokkanen. In totaal waren in 2002 ruim 160.000 verdachten bekend bij de politie. Ruim 6% van alle verdachten is dus van Marokkaanse afkomst.

Als we de diverse bevolkingsgroepen onder de loep nemen, valt op dat de Dominicaanse en Antilliaanse gemeenschappen de meeste verdachten onder hun leden hebben met respectievelijk 5,9 en 5,6 procent. Ook Angola (4,9%), Kongo (4,5%), Sierra Leone (3,9%),
Tunesië (3,7%), Algerije (3,7%), en Suriname (3,6%) scoren hoger dan Marokko (3,3%). De voormalige Sovjet-Unie scoort een percentage van 3,1. Turkije scoort 2,2 %.

Vreemde fixatie

Dus waarom zoveel aandacht voor Marokkaanse criminele jongeren? Waarom buitelen diverse journalisten en wetenschappers over elkaar heen met hun eigen theorette dat de oorzaak van criminaliteit gepleegd door Marokkanen te maken heeft met hun moslimachtergrond. Hoe verklaren deze journalisten en wetenschappers eigenlijk het lage percentage bij Turken? En waar blijven al die opiniemakers die de criminaliteit van Nederlanders, Antilianen, Surinamers, Dominicanen of Russen verklaren uit hun christenachtergrond?

Een voorbeeld van misplaatste fixatie op Marokkanen als het gaat om criminaliteit. In april 2006 werd in Brussel een autochtone Belg vermoord. Zonder deze zaak goed te onderzoeken, konden diverse media in Nederland direct vertellen dat de daders van Marokkaanse afkomst waren. En wat bleek een paar dagen later toen een en ander goed onderzocht was? De daders bleken Poolse jongens te zijn.

Marokkaanse Lieverdjes

Laten we eens kijken naar een goed voorbeeld van hoe de oorzaak van criminaliteit bij Marokkaans-Nederlandse jongens verklaard wordt uit de islam en de Marokkaanse cultuur. Het is het boek 'Marokkaanse Lieverdjes' van antropoloog en criminoloog Hans Werdmölder.

Werdmölder tracht in zijn boek een genuanceerd verhaal te vertellen. Het lukt hem niet. Hij onderkent weliswaar dat niet alle Marokkaanse jongens crimineel zijn en overlast veroorzaken. Hij geeft aan dat er ook autochtone crimineeltjes zijn en dat er altijd opgeschoten en baldadige jongeren zijn geweest in Amsterdam-West die voor overlast hebben gezorgd. Vroeger waren dat autochtone jongeren uit de arbeidersklasse.

 

Toch maakt hij een duidelijke keuze voor de autochtone klagende ouderen en tegen de Marokkaanse jongens. Lawaai maken, voetballen, blowen en vrijen in de openbare ruimte zijn voor Werdmölder een probleem geworden. Hij maakt daarbij geen onderscheid tussen overlast die tussen de oren van de klagers zit, daadwerkelijke overlast en crimineel gedrag.

Onoverbrugbare kloof

De criminaliteit en het normoverschrijdende gedrag van Marokkaanse jongens verklaart Werdmölder uit het verschil tussen de cultuur van de Marokkaanse Nederlanders en de autochtone Nederlandse cultuur. Hij brengt alle problemen terug tot de dagelijkse confrontatie tussen beide culturen en veronderstelt daarbij een absoluut onoverbrugbare kloof tussen beide culturen. Je zou bijna gaan twijfelen aan het feit dat de grote meerderheid van Marokkaanse jongeren niet crimineel is.

 

Werdmölder hangt een vorm van cultuurdeterminisme aan. De jongens worden bepaald door de cultuur van hun ouders en niet de cultuur waarin ze opgroeien. Een vrije wil bij Nederlands-Marokkaanse jongeren lijkt voor Werdmölder niet te bestaan. Neen, deze jongeren worden voor 100% bepaald door hun afkomst en door hun relatie met de Nederlandse samenleving. En deze Nederlandse samenleving is geen onderdeel van hun eigen leefwereld.

Culturele wirwar

Wat bedoelt hij met de cultuur van de Marokkaanse jongeren? Hij schijnt het zelf niet te weten. Soms heeft hij het over Marokkaanse jongeren in Nederland, soms over Marokkaanse jongeren in Marokko en soms over de Mediterrane cultuur. Later heeft hij het over de Marokkaanse cultuur, dan weer over moslims en islamitische cultuur en later over de Marokkaans-Arabische wereld.

Daarbij lijkt hij te vergeten dat de meeste van deze jongens in Nederland zijn geboren, dat de Marokkaanse cultuur en moslimcultuur niet aan elkaar gelijk gesteld kunnen worden, dat veel Marokkanen in Nederland geen Arabieren zijn maar Berbers en dat het katholieke Italië ook behoort tot de Mediterrane cultuur.

Het is ook onduidelijk wat hij verstaat onder de Nederlandse cultuur. Heeft hij het dan over de cultuur van de Amsterdamse grachtengordel, de christelijk-gereformeerden op de Veluwe, de autochtone Rotterdamse jongeren, de EO-jongerendag, autochtone arbeiderswijken, het Groningse platteland, het katholieke zuiden of de Wassenaarse VVD?

Misplaatste verklaringen

Werdmölder beschrijft diverse kenmerken die volgens hem typerend zijn voor Marokkaanse Nederlanders en die een verklaring zouden vormen voor het wangedrag van Marokkaanse jongens. We nemen een aantal onder de loep.

Marokkaanse Nederlanders leggen de verantwoordelijkheid van problemen neer bij de overheid en media.

Dit is geen speciaal Marokkaans verschijnsel, zoals Werdmölder ons wil laten geloven. Hij geeft in zijn boek een goed voorbeeld. Hij citeert autochtone ouderen die klagen over Marokkaanse jongens en die verwachten dat de overheid hun problemen zal oplossen. Bas Heijne schrijft in zijn boek 'Hollandse Toestanden' dat het juist zeer Nederlands is om je ontevredenheid op het bordje van de overheid te leggen. De Marokkaanse gemeenschap heeft zich dus juist goed aangepast aan de klagende autochtone Nederlander.

Marokkaanse jongens maken zich schuldig aan territoriumdrift, machogedrag en (verbale) agressie tegen de politie. Het zou typisch Marokkaans zijn dat jongens roepen ‘hier ben ik, accepteer me zoals ik ben’.
Wat is hier nu typisch Marokkaans aan? Deze mechanismen werken in vele subculturen en heeft niets te maken met de Marokkaanse of islamitische cultuur. In bijvoorbeeld de autochtone homosubcultuur kom je ook de houding accepteer-me-zoals-ik-ben tegen. En het machogedrag en de (verbale) agressie doet erg denken aan de houding en gedrag van veel autochtone krakers in de jaren tachtig. Het gedrag van de Marokkaanse pubers lijkt daarom meer te maken hebben met het zich willen afzetten tegen een dominante cultuur.

Veel moslims leven in de veronderstelling dat christenen volledig in beslag worden genomen door ongelimiteerde rijkdom, drank en seks.

Over welke moslims heeft Werdmölder het? Ouders van die vervelende Marokkaantjes? Of de Saudi’s? Of de Indonesische moslims? En als het een verklaring is voor het wangedrag van de Marokkaanse jeugd, waarom zijn Turkse jongeren, ook met een moslimachtergrond, dan minder lastig?

Marokkaanse leerlingen kunnen de grootschaligheid in het Nederlandse onderwijs niet aan.

Dit is ook geen speciaal Marokkaans-Nederlands verschijnsel. De constatering dat scholen te grootschalig zijn is zelfs al meer dan dertig jaar oud. In de jaren zeventig werden de grootschalige schoolfabrieken al bekritiseerd om hun verderfelijke invloed op leerlingen. Toen ging het over Nederlandse leerlingen met een blanke huidskleur.

Oplossen of verergeren

De Nederlandse samenleving heeft een probleem met Marokkaans-Nederlandse criminele jongeren en overlastplegers. Dit probleem moeten we oplossen. Maar door de oorzaak te zoeken in de islam en de Marokkaanse cultuur lossen we niets op. We maken het probleem alleen maar erger.

 

© Chris van der Kroon